
Hoeveel beweging heeft een oudere hond nodig? Kijk niet op je horloge, maar naar je hond.
Als je filmpjes bekijkt van je trouwe viervoeter lijkt het nog zo kort geleden.
Hoe hij vrolijk en energiek tijdens een boswandeling voortdurend twintig meter voor je uitliep. Tegenwoordig loopt hij vaker naast je. Of blijft hij uitgebreid staan bij een struik waar volgens jou inmiddels werkelijk alles aan geroken moet zijn wat eraan te ruiken valt.
Het lijkt wel of het allemaal wat meer in slow motion gaat.
Misschien vraag je je dan af of je de wandelingen moet inkorten. Want een oudere hond moet je toch een beetje ontzien? Tenminste, dat is altijd wat je van anderen hoort.
Het klopt ook wel. Alleen betekent ontzien niet dat je hem steeds minder moet laten bewegen. Ook voor een oudere hond blijft dagelijkse beweging belangrijk.
De vraag is alleen: hoeveel?
Ik weet het, het klinkt nogal onbevredigend, maar er is geen pasklaar antwoord op te geven. Een fitte hond van acht kan misschien nog probleemloos uren wandelen, terwijl een hond van dezelfde leeftijd met artrose aan een veel kortere wandeling genoeg heeft.
Dus mijn advies: kijk niet op je horloge, maar vooral naar de hond die voor je loopt (of achter je :-)).
Een oudere hond heeft nog steeds beweging nodig.
Het lijkt misschien logisch om een hond die ouder wordt steeds meer rust te geven. Toch is dat meestal niet de beste oplossing.
Het is net als met mensen: regelmatige beweging helpt om spieren te blijven gebruiken en gewrichten soepel te houden.
Bovendien is bewegen goed voor de bloedsomloop en helpt het om overgewicht te voorkomen.
En minstens zo belangrijk: tijdens een wandeling wordt ook het hoofd van je hond aan het werk gezet.
Volgens het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) is het daarom belangrijk om een oudere hond dagelijks regelmatig te laten bewegen, ook als hij niet meer kan wat hij vroeger kon.
De kunst is dus niet om beweging te schrappen, maar aan te passen.
Hoeveel minuten moet een oudere hond per dag wandelen?
Op internet kom je gemakkelijk schema's tegen waarin precies staat hoeveel minuten een hond van een bepaalde leeftijd zou moeten wandelen.
Ik zou daar niet te veel waarde aan hechten.
Hoeveel beweging een oudere hond nodig heeft, hangt onder andere af van zijn ras, formaat, conditie, gewicht en gezondheid. Ook wat hij zijn hele leven gewend is geweest speelt mee.
Een Golden Retriever die jarenlang dagelijks flinke wandelingen heeft gemaakt, kan meer aan dan een hond die altijd drie rustige rondjes door de wijk heeft gelopen.
En een gezonde hond van tien is niet te vergelijken met een hond van tien met artrose of hartproblemen.
Er bestaat dus geen magische formule als:
seniorhond van tien jaar of ouder = 45 minuten wandelen per dag.
Elke hond is anders en je eigen hond is een veel betere graadmeter.
Liever wat vaker en wat korter.
Maar goed, als je merkt dat lange wandelingen steeds zwaarder worden, wat kan je dan doen? En wat niet?
Een eenvoudige oplossing is de beweging meer over de dag te verdelen.
Het LICG adviseert bij oudere honden meerdere korte wandelingen in plaats van een paar lange.
Zo blijft je hond regelmatig in beweging zonder dat hij in één keer een grote inspanning hoeft te leveren.
En nee, dat betekent niet dat je onmiddellijk met een stopwatch naar buiten moet.
Merk je bijvoorbeeld dat een wandeling van een uur te veel wordt, probeer dan eens kortere wandelingen en kijk hoe je hond daarop reageert.
Ook regelmaat is belangrijk. Een hele week alleen korte rondjes maken en op zondag ineens twaalf kilometer over de hei lopen, is voor een oudere hond misschien wat veel gevraagd.
Bouw langere wandelingen liever geleidelijk op en pas ze aan wanneer je merkt dat je hond meer moeite krijgt.
Laat je hond ook eens het tempo bepalen.
Wij mensen hebben tijdens een wandeling nogal eens een bestemming.
Een hond meestal niet.
Die wil weten welke hond er gisteren tegen die lantaarnpaal heeft geplast en waarom de struik twintig meter verderop vandaag anders ruikt dan gisteren.
Geef een oudere hond daar gerust de tijd voor.
Het LICG adviseert expliciet om seniorhonden tijdens wandelingen te laten snuffelen. Daarmee blijft niet alleen het lichaam, maar ook het brein actief.
Voor jou lijkt het misschien alsof er weinig gebeurt, wanneer je hond drie minuten aan dezelfde struik staat te ruiken.
Voor hem is daar kennelijk genoeg nieuws te vinden om nog even door te ‘lezen’.
Een goede wandeling hoeft dus niet per se een lange wandeling te zijn.
Een half uur bewegen is niet altijd hetzelfde.
Er is nog een reden waarom alleen naar minuten kijken weinig zegt.
Een half uur rustig wandelen en snuffelen belast het lichaam heel anders dan een half uur achter een tennisbal aan sprinten.
Bij dat laatste moet je hond steeds explosief optrekken, afremmen en draaien. Hetzelfde geldt voor wild stoeien met andere honden.
Het LICG adviseert om wilde ren-, stoei- en trekspelletjes bij oudere honden eerder te vervangen door bijvoorbeeld zoek- en speurspelletjes.
En als jouw hond een balletjesverslaving heeft? Kijk vooral naar wat hij aankan en hoe hij beweegt.
Ook traplopen en in of uit de auto springen vragen iets anders van zijn lichaam dan rustig wandelen.
Als dat soort bewegingen zichtbaar moeilijker worden, kunnen eenvoudige aanpassingen zoals een loopplank, een opstapje of antislipmateriaal uitkomst bieden.
Kijk niet alleen tijdens de wandeling.
Als je hond de hele wandeling enthousiast meeloopt, ben je al gauw geneigd te denken dat de wandeling wel niet te lang geweest zal zijn.
Zo eenvoudig is het helaas niet altijd.
Kijk ook hoe je hond zich ná de wandeling gedraagt. Komt hij na een tijdje rust gemakkelijk overeind? Beweegt hij zoals je van hem gewend bent? En hoe gaat het later op de dag of de volgende ochtend?
Let bijvoorbeeld op veranderingen zoals stijver bewegen, duidelijk minder mobiel zijn of minder graag willen lopen.
Dat betekent niet automatisch dat de wandeling de oorzaak is. Zulke veranderingen kunnen ook wijzen op pijn of een lichamelijk probleem.
Merk je dat je hond na inspanning herhaaldelijk duidelijk minder soepel beweegt, bespreek dat dan met je dierenarts.
Wat als je hond artrose heeft?
Artrose is een aandoening van de gewrichten waarbij onder andere het kraakbeen achteruit gaat. Het komt veel voor bij oudere honden en kan ervoor zorgen dat een hond minder graag loopt, rent of speelt.
Juist dan is het verleidelijk om te denken: laat hem maar lekker liggen.
Maar volledige rust is meestal niet de oplossing (rust roest, weet je wel?).
Bij gewrichtsproblemen kan gedoseerde beweging juist belangrijk zijn om mobiliteit en spierkracht zo goed mogelijk te behouden.
En tja, wat is passend? Ook dat verschilt per hond.
Heeft je hond artrose of een andere aandoening waardoor hij moeilijker beweegt, overleg dan met je dierenarts.
Eventueel kan ook een dierenfysiotherapeut helpen bij het bepalen van een geschikt bewegingsprogramma.
Houd rekening met warm weer.
Op warme dagen mag het allemaal nog een tandje rustiger.
Oudere honden kunnen minder goed tegen warmte en raken sneller vermoeid. Zeker als ook hart, longen of conditie niet meer zijn wat ze ooit waren.
Verplaats een langere wandeling op warme dagen daarom liever naar de koelere ochtend of avond. Kies een rustig tempo, zorg dat je hond voldoende kan drinken en kort de wandeling in als dat nodig is.
En bij echt tropische temperaturen is een kort rondje soms meer dan genoeg. Die gemiste kilometers haal je wel weer in wanneer het koeler is.
Vergeet het koppie niet.
Misschien kan je hond fysiek steeds iets minder. Dat betekent niet dat er thuis niets meer te beleven valt.
Zoekspelletjes en eenvoudige speuropdrachten zijn manieren om een oudere hond bezig te houden zonder dat hij daarvoor kilometers hoeft te lopen.
Verstop bijvoorbeeld wat brokjes of hondensnoepjes in huis of in de tuin en laat hem zoeken. Ook tijdens een wandeling kun je hem bewust meer tijd geven om zijn neus te gebruiken.
Een nieuwe, rustige wandelroute kan eveneens interessant zijn vanwege alle onbekende geuren.
Daarbij past wel een kanttekening. Honden die cognitief achteruitgaan kunnen juist behoefte hebben aan voorspelbaarheid en een vaste routine. Ook hier zou ik willen zeggen: kijk vooral naar je eigen hond.
Hoe weet je of je hond genoeg beweging krijgt?
Kijk, dat vind ik een goeie vraag. Beter dan: hoeveel minuten moet hij wandelen?
Een oudere hond heeft voldoende beweging nodig om actief te blijven, zijn spieren te gebruiken en plezier te houden in zijn dagelijkse uitstapjes.
Maar de beweging moet passen bij wat hij makkelijk aankan.
Let daarom op je hond:
Loopt hij graag mee?
Blijft zijn manier van bewegen ongeveer hetzelfde?
Herstelt hij goed van een wandeling?
Heeft hij de volgende keer weer zin om mee te gaan?
Als het antwoord op deze vragen ‘ja’ is, hoef je je geen zorgen te maken.
Wil je hond plotseling veel minder bewegen, loopt hij kreupel, lijkt hij pijn te hebben of verandert zijn mobiliteit duidelijk, schrijf dat dan niet automatisch toe aan zijn leeftijd.
Laat de dierenarts beoordelen wat er speelt.
Misschien moeten wij vooral wat langzamer gaan lopen.
Naarmate je hond ouder wordt, zullen de wandelingen misschien korter worden. Het tempo gaat misschien wat omlaag en die tocht van vijftien kilometer zit er op een gegeven moment niet meer in.
Maar dat maakt een wandeling niet minder waardevol.
Je hond hoeft nergens op tijd aan te komen. Hij hoeft geen afstandsrecord te vestigen. En het maakt hem waarschijnlijk weinig uit of jullie vandaag drie of vijf kilometer hebben afgelegd.
Als hij tien minuten lang uitgebreid een berm wil inspecteren, heeft hij misschien gewoon andere ideeën gekregen over wat een geslaagde wandeling is.
En zo leren wij mensen misschien ook wat meer te onthaasten.
Bronnen
Voor dit artikel heb ik mij ondere gebaseerd op: LICG-Houd je oudere dier in beweging, LICG-Verzorging van uw oudere hond en AAHA-Senior Care Guidelines.
