Wanneer is je hond eigenlijk oud?

Onze eerste Golden Retriever, Luuk, is 14 geworden.
Wat best oud is voor een Retriever.
Dat wil zeggen, in jaren.

Maar wat betekent zo’n begrip als ‘oud’ of ‘senior’ nou eigenlijk als we het over honden hebben?

 Wanneer heb je een oude hond?

Er wordt wel eens gezegd: vanaf 7 jaar.

Maar dat is wel een beetje kort door de bocht. Een Chihuahua van 7 kan nog jaren voor de boeg hebben, terwijl een Berner sennen al behoorlijk op leeftijd is.

Ras en lichaamsgrootte spelen een belangrijke rol bij hoe snel een hond ouder wordt.

 

Wanneer wordt een hond senior?

Dierenartsen kijken daarom liever naar de verwachte levensduur van een hond dan naar één vaste leeftijd.

Zij baseren zich op een definitie die onder andere de American Animal Hospital Association (AAHA) hanteert: een hond wordt als senior beschouwd wanneer hij aan het laatste kwart van zijn verwachte levensduur begint.

 Dus als een bepaald hondenras gemiddeld twaalf jaar wordt, dan begint volgens deze vuistregel de seniorfase rond negen jaar.

Bij een ras dat gemiddeld acht jaar wordt, begint die fase al rond zes jaar.

 Ook het Nederlandse Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG) hanteert deze benadering. Voor alle honden bij elkaar ligt de gemiddelde levensverwachting volgens het LICG rond de 10 tot 12 jaar. Daarom wordt zeven jaar vaak genoemd als het moment waarop een gemiddelde hond senior wordt.

Bij zeer grote en zware honden kan dat al rond vier tot zes jaar zijn.

 Grote honden zijn eerder oud.
Dat verklaart ook waarom zo'n algemene regel als ‘vanaf zeven jaar is een hond oud’ eigenlijk weinig zegt.
Grote hondenrassen hebben gemiddeld een kortere levensduur dan kleine hondenrassen. Dat heeft te maken met een snellere groei, een hogere celdeling en meer fysieke slijtage. Grote honden bereiken daardoor eerder hun seniorfase.

Daarnaast bestaan er ook binnen dezelfde gewichtsklasse verschillen tussen rassen. Een Labrador Retriever met een verwachte levensduur van ongeveer 11 tot 13 jaar kan bijvoorbeeld vanaf ongeveer acht of negen jaar als senior worden beschouwd. 

Het geboortejaar op het hondenpaspoort vertelt dus maar een deel van het verhaal.

Is een seniorhond ook een oude hond?

Nou ehhh...nee.
Het is net als bij mensen. Als ik in de supermarkt om me heen kijk zie ik senioren van pak ‘m beet zeventig, vijfenzeventig die er een stuk vitaler bij lopen dan anderen die ik vijftig schat. Hooguit.

Kortom, de terminologie ‘senior’ en ‘oud’ vind ik zelf een beetje misleidend. Zeker als het om honden gaat.

 Als iemand tegen mij zegt dat een hond van zeven of acht jaar een senior is, zie ik al snel een hond voor me die op zijn orthopedische kussen ligt en alleen nog overeind komt wanneer er ergens een zak brokken wordt open getrokken.

Terwijl veel honden op die leeftijd nog gewoon lange wandelingen maken, spelen en achter hun balletje aan rennen.

Senior is dan ook vooral een aanduiding voor een levensfase. Het betekent niet dat je hond ineens oud of ongezond is.

Dat is ook een belangrijk uitgangspunt van de veterinaire seniorrichtlijnen van de AAHA: ouder worden is op zichzelf geen ziekte. De behoeften van een hond kunnen tijdens deze levensfase wel veranderen.

Hoe merk je dat je hond ouder wordt?

In elk geval niet alleen door de jaren te tellen.
Ouder worden gaat gepaard met veranderingen die zich bijvoorbeeld voordoen in beweging, gedrag, gewicht, zintuigen of het dagelijkse ritme. Juist omdat zulke veranderingen geleidelijk kunnen optreden, adviseren veterinaire richtlijnen om oudere honden bewuster te volgen en veranderingen met de dierenarts te bespreken. 

En daar zit wat mij betreft een belangrijk verschil tussen ouder worden en ‘het zal de leeftijd wel zijn’.

Dat je hond een dagje ouder wordt, is normaal. Een duidelijke verandering zomaar aan ouderdom toeschrijven, kan betekenen dat je iets over het hoofd ziet.

Daar komen we op Grijze Snoet nog vaak op terug.

Wanneer moet je dan anders voor je hond gaan zorgen?

Ook daarvoor bestaat geen magische verjaardag.
Je hoeft op zijn zevende verjaardag niet zijn gewone voer weg te gooien, een seniorenmand te bestellen en zijn wandelingen voortaan te halveren.

Observeer je eigen hond vooral goed.

Wordt opstaan moeilijker?
Loopt hij minder gemakkelijk een trap op?
Heeft hij meer moeite om in de auto te springen?
Verandert zijn gewicht?
Luistert hij niet meer of wordt zijn gehoor minder?

Dat laatste speelde bij onze Luuk.
Hij lag altijd graag in de tuin op een botje te knagen of te slapen.
Ik riep hem dan als het donker begon te worden.
Maar op een gegeven moment luisterde hij niet meer.
Tenminste, dat dacht ik. Later bleek dat hij slecht begon te horen.
In het Universitair Dierenziekenhuis in Utrecht hebben ze niets kunnen vinden.
Het ging ook heel geleidelijk, maar toen dacht ik wel: hij wordt oud.

Anyway, het is verstandig om uit te zoeken wat er speelt en zo nodig met de dierenarts te overleggen.

De seniorfase is wat dat betreft vooral een mooi moment om iets beter te gaan opletten.

Want misschien is dat uiteindelijk wel de beste definitie van een oude hond:

hij wordt niet op één bepaalde dag oud. Je merkt op een gegeven moment dat sommige dingen niet meer zo vanzelfsprekend gaan als vroeger.

Dus beter opletten en op tijd de juiste maatregelen nemen.
En hopelijk verschijnt die grijze snoet dan nog jarenlang iedere ochtend naast je bed.

Bij dit artikel heb ik me gebaseerd op deze bronnen:

American Animal Hospital Association

Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren